
Vier jaar, twee wethouders, één koers
In de afgelopen collegeperiode deelden Annette en Ester één en dezelfde portefeuille — maar niet tegelijk. Annette legde de basis: zij zette de lijnen uit op het gebied van o.a. beheer van de openbare ruimte, het stadbedrijf, buurthuizen, zorg en welzijn, Wmo en ouderenzorg, inclusiviteit en diversiteit, erfgoed, klimaatadaptatie, groen en water, bestuur Geestmerambacht.
Na anderhalf jaar nam Ester het stokje over en bracht de periode tot een goed einde.
Geen van beiden keert terug in het nieuwe college.
Dat maakt dit een bijzonder moment om terug te blikken — niet in een traditioneel interview, maar in een gesprek tussen hen tweeën. Want wie kan beter vragen stellen over jouw werk dan degene die het daarna heeft voortgezet, of juist heeft overgedragen?
Annette en Ester stellen elkaar de vragen die er écht toe doen.
1. Annette aan Ester
“Beheer van de openbare ruimte en klimaatadaptatie zijn onderwerpen waar je de resultaten niet altijd meteen ziet — het is werk voor de lange termijn. Hoe heb jij dat volgehouden, en heb je het gevoel dat de gemeente nu echt beter voorbereid is op de toekomst?”
Het klopt dat dit lange termijn dossiers zijn. Tegelijk zijn ze ontzettend belangrijk en dat heb ik altijd voor ogen gehouden. Je legt iets aan en het duurt maanden, jaren, voor je het voordeel ervaart. Beetje ‘boompje groot, plantertje dood’-verhaal. Een visie helpt, een gevoel van urgentie ook; hoe houden we droge voeten in Dijk en Waard? Hoe vergroenen we maximaal met ruimte voor spelen, auto’s en wegen?
Er is de afgelopen flink geïnvesteerd in het gemaal, de tunnel, de waterbergingen in Dijk en Waard. Denk ook aan de 5000 bomen extra in het Geestmerambacht, of het openhouden van strategische plekken voor de energietransitie: die transformators moeten ergens staan en liever niet voor de deur. Dan maar een stukje minder snippergroen in de verkoop.
2. Ester aan Annette
“Zorg, Wmo en ouderzorg raken mensen op hun kwetsbaarst. Waren er momenten waarop jij het gevoel had dat de gemeente tekortschoot, en hoe ging jij daar dan mee om?”
De te lange wachttijden voor de Wmo waren echt wel een zorg. Gelukkig zijn we er toen toe over gegaan om mensen op de wachtlijst te bellen om zo de echt acute situaties eruit te kunnen halen. Want de situatie kan natuurlijk veranderen terwijl iemand op de wachtlijst staat. Maar die wachtlijsten mogen eigenlijk echt niet zo lang oplopen.
Het is ook best lastig om goed om te gaan met het groeiend aantal ouderen die zorg nodig hebben en steeds minder mensen om zorg en mantelzorg te verlenen. Soms kan het slimmer, soms met hulp van digitalisering maar er is nog te veel waar we geen oplossing voor hebben. We hebben meegedaan met het uitproberen van oplossingen want met alleen praten kom je er natuurlijk niet. Een mooi voorbeeld is Gˋoud waarbij we met het welzijnswerk in wooncomplexen waar ouderen zelfstandig wonen mensen hielpen activiteiten op te starten waardoor er meer een samenleving ontstaat. Gemeenschapsvorming, waarin senioren actief bijdragen aan een vitale gemeenschap waarin mensen elkaar kennen, ondersteunen en samen het leven vormgeven. Uit onderzoek blijkt dat wanneer ouderen langer actief blijven en aan activiteiten deelnemen, zij hun eigen gezondheid positiever ervaren. Verder vermindert de verbondenheid met een gemeenschap gevoelens van eenzaamheid en ervaren bewoners hun woonomgeving als veiliger en prettiger.
3. Annette aan Ester
“Inclusiviteit en diversiteit zijn thema’s die niet iedereen even vanzelfsprekend vindt. Heb jij weerstand ervaren, en wat heb je gedaan om mensen toch mee te krijgen?”
Het was en is lastig. Wat ik volkomen normaal vind – inclusief denken en handelen – is voor anderen soms helemaal niet vanzelfsprekend. De weerstand kwam ik op verschillende plekken tegen. Soms hielp het om mensen te herinneren aan onze wetgeving, het is uiteindelijk vrij simpel en artikel 1 van de grondwet is meer dan duidelijk. In gesprekken ging het vaak over het ‘waarom’’. Waarom die vlag, of dat zebrapad? Wij krijgen toch ook niet zoveel aandacht? Nou, dat is dus wel zo. Zoveel aandacht, dat ons taalgebruik, ons gedrag, ons perspectief volledig op onze norm is ingesteld. Alle aandacht is voor ons die binnen de norm vallen.
Daarom vallen LHBTIQ mensen op. Daarom vallen mensen met een beperking op. Ze vallen buiten ‘jouw normaal’ en dus is er nog steeds werk aan de winkel. Om het een en ander te ervaren qua inclusiviteit zijn een aantal collega’s mee geweest op rolstoeltraining, en nee, dat viel niet mee. En dan merk je dat aandacht voor de aanpassing van de buitenruimte geen luxe is, maar noodzaak. Dat was absoluut helpend om dit beleid te laten landen.
4. Ester aan Annette
“Erfgoed en beheer van groen lijken op het eerste gezicht ver van elkaar, maar beide gaan over wat we doorgeven aan de volgende generatie. Welk project of welke plek in de gemeente koester jij het meest — en waarom?”
Er komen nu veel plekken in mij op. Laat ik er twee van erfgoed noemen.
Allereerst de kerk in Veenhuizen, waar het praalgraf van Brederode is. Een nog voor veel mensen onbekende parel in onze gemeente. Uit opgravingen is gebleken dat de kerk vroeger veel groter was dan gedacht en dat Veenhuizen een belangrijkere rol speelde in de middeleeuwen dan gedacht.
De Broekerveiling is verbonden met de geschiedenis van mijn familie. Mijn opa bracht de kool en piepers vanaf het land in Heerhugowaard met de koolschuit naar de Broekerveiling. Via de overhaal bij de Broekhorn en dan het kanaal over. De schuiten hadden geen motor en in het midden kon je niet afzetten met de kloet dus je moest je goed afzetten vanaf de ene oever om de oever aan de overkant te halen. Mooie verhalen om door te geven.
En wat groen betreft ben ik blij dat we wat meer groen in de wijken en dorpen hebben kunnen brengen. Goed voor de natuur en de biodiversiteit en het brengt wat verkoeling op warme dagen. Voor de opvang van te veel regen is het ook goed. Daar hebben we ook wadi’s voor aangelegd op verschillende plekken in de gemeente. Verdiepte plekken met groen die de regen kunnen opvangen als er veel in korte tijd valt. Zoals langs de Zuidtangent bij Middenwaard.
5. Gezamenlijke vraag — aan hen beiden
“Jullie portefeuilles raakten mensen in hun dagelijks leven: in hun buurt, in hun gezondheid, in wie ze zijn en waar ze vandaan komen. Als jullie eerlijk zijn — waar zijn jullie trots op, en waar ligt nog werk dat echt af moet worden gemaakt door jullie opvolgers?”
Annette: Ik ben er trots op dat de samenvoeging van Langedijk en Heerhugowaard tot Dijk en Waard zo goed is verlopen. Dat we echt elkaars kracht hebben gebruikt. In Langedijk had Wonen Plus Welzijn een grote groep vrijwilligers die er echt waren voor de Langedijkers. Dichtbij en betrokken: voor, door en met elkaar. In Heerhugowaard was MET Welzijn een professionele partij die veel kennis en ervaring had met welzijn. Die twee partijen zijn met de gemeente gaan zitten om te kijken hoe ze samen het welzijnswerk in beide delen van de nieuwe gemeente konden opzetten. Met vrijwilligers waar het kan en de inzet van professionals waar nodig. Dat heeft elkaar echt versterkt.
Ik heb me altijd ingezet voor diversiteit en inclusie en het raakt me echt dat daar zo’n achteruitgang te zien is. Of het nu gaat om gelijkheid tussen vrouwen en mannen, de acceptatie van LHBTIQ-ers of de acceptatie van mensen met een andere culturele achtergrond. Het gaat daarbij steeds minder goed. Ik put hoop uit de positieve verhalen en hoop dat onze opvolger dit hoog op de agenda heeft staan. Net als natuurlijk de aandacht voor ouderen. Zij hebben ons land gebracht tot waar het nu is en verdienen daarvoor waardering en respect. En ze verdienen het om volwaardig onderdeel uit te kunnen blijven maken van onze samenleving. Ook dat moet bij onze opvolger hoog op de agenda staan.
Ester: Ik ben trots op het realiseren van het gebiedsgericht werken. Dat was echt een nieuw dossier wat ik mocht vormen. Geweldig om te zien dat we dat hebben bereikt, zeker omdat ik vind dat het fysieke domein het sociale domein volgt. Dus bouwen, herinrichten of aanpassen vind ik prima, maar altijd vanuit het waarom van de inwoner. Dan bouw je niet alleen aan een stad of dorp, maar aan een samenleving. Ik hoop dat onze opvolger snapt hoe belangrijk dat is en deze werkwijze doorzet, juist binnen de organisatie, zodat we sneller, beter en logischer het werk kunnen uitvoeren.
Daarnaast heb ik ervoor gezorgd dat ons erfgoed blijvend wordt beschermd. Onze cultuur is grond- en watergebonden zoals dat heet. Door de wijze waarop het land en water zich gedragen zijn wij gaan wonen, boeren en groeien. Dat landschap heeft ons gevormd en zit in ons DNA. Dat geldt ook voor onze rituelen: de beddenrace, Tour de Waard, de Gondelvaart. We voelen het als we zuurkool ruiken, de kerktorens zien, de leegte van de polder. Iedereen die bij Deiko zwom en daar dierbare herinneringen aan heeft, weet wat ik bedoel. Sommige dingen mogen niet verdwijnen en daar gingen we voorheen wat te makkelijk mee om. Nu moeten we de waarde van erfgoed afwegen en dat maakt dat we minder snel zullen slopen of weghalen. Een waarde die blijft, ook al zijn Annette en ik allang weg.
Een erfenis om op voort te bouwen
Annette en Ester vertegenwoordigden Senioren Dijk en Waard in een periode waarin de gemeente voor grote uitdagingen stond. Met een portefeuille die van de stoep tot de zorgkamer reikte — en van Wmo tot erfgoedbeleid — hebben zij laten zien waar de partij voor staat: aandacht voor de mensen die het soms het hardst nodig hebben, zorg voor de omgeving waarin we samenleven, en oog voor wat we doorgeven aan de generaties na ons.
Senioren Dijk en Waard is trots op wat Annette en Ester in deze vier jaar hebben neergezet. Hun inzet, betrokkenheid en doorzettingsvermogen zijn een inspiratie — voor de partij, voor de nieuwe fractie en voor iedereen die zich inzet voor een leefbare en zorgzame gemeente.
Bedankt, Annette. Bedankt, Ester.

